GGZ-cliënten met suïciderisico of risico op middelengebruik krijgen vaak minder vrijheden. Niet alleen door hun problematiek zelf, maar ook doordat zorgverleners buiten de afdeling minder zicht hebben op wat er gebeurt. Vaak mogen cliënten alleen met begeleiding naar buiten. Juist voor cliënten met meervoudige problematiek kan extra informatie over hun mentale gesteldheid helpend zijn om meer vrijheid toe te staan. Vooral als signalen van ontregeling, suïcidaliteit of middelengebruik eerder kunnen worden opgemerkt.

Dat heeft gevolgen die verder gaan dan veiligheid alleen. Meer vrijheid betekent meer bewegingsruimte, meer sociale contacten, meer zelfvertrouwen en meer kansen voor herstel. Zolang deze groep afhankelijk blijft van direct toezicht, blijven kwaliteit van leven en deelname aan de samenleving onnodig beperkt. Juist daar ligt de urgentie van dit onderzoek.

Voor Stichting Bestaanskracht was dat aanleiding om te laten onderzoeken hoe sensoren die lichaamsfuncties meten en data verzenden, verwerkt kunnen worden in kleding of kledingachtige producten voor deze ggz-cliënten. Daarbij is vooral gekeken naar toepassingen die later kunnen helpen om Miles geschikt te maken voor cliënten met complexere problematiek, in het bijzonder mensen met suïciderisico.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van Stichting Bestaanskracht door studenten van de opleiding “Industrieel Product Ontwerpen” van De Haagse Hogeschool, in samenwerking met ontwikkelaars van wearables, sensorexperts en kledingontwerpers. Via een enquête zijn eerst voorbeelden uit de praktijk verzameld. Daarna zijn de bevindingen getoetst met experts. Dat leverde geen eindproduct op, maar wel bruikbare ontwerpkeuzes voor een volgende stap.

De resultaten laten zien dat sensoren op meerdere manieren in kleding verwerkt kunnen worden. Natuurlijke stoffen lijken het meest geschikt vanwege comfort en voorkomen van mogelijke allergieën en huidirritaties. Voor een hartritmesensor lijken een manchet of het midden van de borst kansrijk, terwijl een huidgeleidingssensor voor het meten van emoties. Deze sensor kan het best onder de oksel geplaatst worden. Juist die plek helpt ook om sensoren minder zichtbaar te maken. Het ophalen van meetgegevens verloopt dan naar de Cloud via een smartphone of smartwatch als tussenschakel.

Het voordeel van realtime of bijna realtime data is dat signalen eerder zichtbaar worden, sneller kan worden ingegrepen en meer vrijheid veiliger kan worden gegeven. Veiligheid en vrijheid zijn dan minder volledig afhankelijk van fysiek toezicht door begeleiders. Als extra lichaamsdata beschikbaar komt, kan dat helpen om ook deze groep stap voor stap meer bewegingsvrijheid te geven. Tegelijk laat het onderzoek zien dat er nog niet genoeg bekend is om Miles sensorkleding voor deze doelgroep al gericht te ontwikkelen.

Daarom is de aanbeveling helder: bouw door op deze verkenning met vervolgonderzoek en prototypes. Vooral materiaalkeuze, bevestigingsmethode en de route van sensordata vragen nog nadere uitwerking. Het onderzoek laat de logica en de meerwaarde zien, maar maakt ook duidelijk dat verdere onderbouwing nodig is om tot een verantwoorde toepassing te komen.

Wil je meer weten, meedenken of meedoen met vervolgonderzoek? Neem dan contact op via het contactformulier.

Deze opdracht is uitgevoerd door de volgende studenten: Thijs Backer, Luke van den Boogert en Eline van Ipenburg.