De centrale vraag was concreet: hoe kan dit zorghorloge ervoor zorgen dat ggz-cliënten niet alleen veilig zijn, maar zich ook minder alleen voelen? Die vraag stond centraal in een onderzoek naar de doorontwikkeling van het Miles zorghorloge voor mensen met een ernstige psychische aandoening binnen de ggz. Het onderzoek richtte zich op de uitwerking van deze vraag.
Het Miles zorghorloge wordt nu vooral ingezet voor veiligheid, via GPS, meldingen en direct contact met zorgverleners. Daarmee is de functie van het zorghorloge vooral gericht op basisbehoeften. Het onderzoek verkent een volgende stap: ondersteuning bij sociale behoeften, zoals het opbouwen en onderhouden van sociale relaties. Daarmee raakt het onderzoek aan een breder vraagstuk binnen de ggz: hoe technologie kan bijdragen aan herstel en participatie, in plaats van alleen toezicht.
De doelgroep bestaat uit cliënten met een ernstige psychische aandoening die langdurig verblijven in een ggz-instelling. Deze groep heeft vaak te maken met beperkingen in geheugen, emotieregulatie, motivatie, planning en informatieverwerking, wat direct invloed heeft op hun vermogen om sociale relaties op te bouwen en te onderhouden.
Het onderzoek is in opdracht van Stichting Bestaanskracht uitgevoerd door een studententeam van de opleiding “Technische Bedrijfskunde” van De Haagse Hogeschool. Zij hebben literatuuronderzoek gedaan naar hersenfuncties die beperkt zijn bij deze doelgroep en deze gekoppeld aan de behoeften uit de piramide van Maslow. Met dit model is vastgesteld dat vooral sociale verbondenheid ontbreekt.
De resultaten leiden tot een concreet en praktisch advies. Het advies is om functies toe te voegen die specifieke beperkingen compenseren, zoals ondersteuning bij emotieregulatie, geheugen (lijstjes en herkenning van personen), planning (agenda), motivatie (doelen en reminders) en basisstructuur (meldingen voor eten en slapen). Daarnaast wordt een sociale functie voorgesteld waarbij cliënten elkaar via de smartwatch kunnen uitnodigen voor activiteiten, zoals functies die zowel hersenfuncties trainen als sociaal contact stimuleren.
Samengevat laat het onderzoek zien dat:
- Cliënten met een ernstige psychische aandoening hebben structurele beperkingen in onder andere emotieregulatie, geheugen, planning, motivatie en informatieverwerking, die direct invloed hebben op hun dagelijks functioneren en sociale interactie;
- Deze beperkingen belemmeren het bereiken van sociale verbondenheid (het derde niveau van Maslow), terwijl juist dit niveau essentieel is voor herstel en kwaliteit van leven;
- De huidige smartwatch ondersteunt vooral veiligheid en toezicht, maar biedt nog onvoldoende ondersteuning op het gebied van sociale behoeften en dagelijks functioneren;
- Gerichte ondersteuning via technologie kan deze kloof verkleinen door functies toe te voegen die beperkingen compenseren en structuur bieden in het dagelijks leven;
- Relevante ontwikkelrichtingen liggen in functies voor emotieregulatie, geheugenondersteuning, planning, motivatie en basisstructuur (zoals eten en slapen);
- Daarnaast is er potentie in functies die actief sociaal contact stimuleren, bijvoorbeeld door cliënten met elkaar te laten verbinden via gezamenlijke activiteiten;
- De effectiviteit van het zorghorloge neemt toe wanneer functies niet generiek worden toegepast, maar aansluiten op de individuele behoeften van cliënten.
Enkele belangrijke punten worden hieronder beknopt uitgewerkt.
Beperkingen in dagelijks functioneren vertalen naar concrete ondersteuning
Cliënten hebben aantoonbare problemen met emotieregulatie, geheugen, planning en motivatie. Dat is geen abstract probleem, maar zichtbaar in dagelijkse situaties: afspraken vergeten, moeite met structuur, onverwachte emotionele reacties. Juist hier ligt de kern van de innovatie: technologie kan deze beperkingen compenseren, bijvoorbeeld via herinneringen, structuur en eenvoudige ondersteuning bij gedrag en keuzes. Dit maakt het verschil tussen alleen “monitoren” en daadwerkelijk ondersteunen.
Van veiligheid naar sociale verbondenheid
Het Miles zorghorloge richt zich op vrijheid, veiligheid en herstel. Het onderzoek laat zien hoe dit kan worden doorontwikkeld met functies die sociale verbondenheid actief ondersteunen. Dat betekent niet alleen contact mogelijk maken, maar actief stimuleren. Denk aan functies die helpen om mensen te herkennen, contact te onderhouden of samen activiteiten te doen. Zonder deze stap blijft de technologie vooral een controle-instrument; met deze stap wordt het een hulpmiddel voor herstel en kwaliteit van leven.
De aanbeveling is om samen met cliënten en zorgprofessionals de benodigde functies te concretiseren, gericht op het versterken van sociale verbondenheid in het dagelijks leven.
Dit onderzoek laat zien dat technologie in de ggz kan verschuiven van alleen toezicht naar actieve ondersteuning van dagelijks functioneren en sociale interactie.
Organisaties en professionals die willen bijdragen aan de verdere ontwikkeling van Miles worden uitgenodigd om contact op te nemen via het contactformulier.
Deze opdracht is uitgevoerd door de volgende studenten: Bjorn Buitenhek en Thomas Toussaint.