Wat verandert er in het werk van zorgprofessionals wanneer cliënten met het Miles zorghorloge zelfstandiger naar buiten kunnen? Om die vraag te beantwoorden, liet Stichting Bestaanskracht twee opeenvolgende onderzoeken uitvoeren. Het doel was om de positieve en negatieve effecten van Miles op het dagelijkse werk van zorgprofessionals in kaart te brengen. Daarbij is gekeken naar veranderingen in werkzaamheden, de tijd die het gebruik van Miles kost en het mogelijke effect op de ervaren werkdruk.

Het Miles zorghorloge is ontwikkeld voor ggz-cliënten met ernstige psychische klachten die in een instelling verblijven en het ondersteunt hun herstel door hen te helpen bij het oefenen met zelfstandigheid en bewegingsvrijheid. Zorgverleners kunnen vooraf afspraken instellen, zoals de terugkeertijd en het gebied waarbinnen iemand zelfstandig op pad kan. Het horloge biedt onder meer navigatie en een paniekknop. Bij bijvoorbeeld te laat terugkeren, het verlaten van het afgesproken gebied of een hulpvraag ontvangt de zorgverlener een melding en kan ondersteuning op afstand worden geboden. Indien nodig kan passend vervoer worden ingeschakeld om de cliënt terug te brengen.

De onderzoeken richtten zich op zorgprofessionals in de ggz die cliënten begeleiden bij het oefenen met zelfstandigheid en bewegingsvrijheid. Juist voor hen verandert het werk wanneer cliënten met ondersteuning van Miles zonder fysieke begeleiding naar buiten kunnen.

De twee onderzoeken zijn achtereenvolgens in opdracht van Stichting Bestaanskracht uitgevoerd door twee studentengroepen van de opleiding Technische Bedrijfskunde van De Haagse Hogeschool. De eerste groep voerde een vooronderzoek uit. Zij brachten bestaande werkprocessen in kaart, interviewden zorgprofessionals en onderzochten welke gegevens nodig waren om de gevolgen van Miles in de praktijk te kunnen meten. Ook ontwikkelden zij hiervoor een simulatiemodel. Een tweede studentengroep bouwde hierop voort en onderzocht welke werkzaamheden door het Miles zorghorloge veranderen, hoeveel tijd de nieuwe handelingen kosten en wat het mogelijke effect is op de ervaren werkdruk.

Vanwege COVID-19 kon nog niet in de praktijk worden vastgesteld hoeveel tijd Miles daadwerkelijk bespaart of wat het betekent voor de personele inzet. Op basis van interviews, enquêtes en gesimuleerde praktijksituaties ontstond wel een eerste beeld van de mogelijke effecten.

De tijdswinst zit in verminderen van tijdrovende werkzaamheden, zoals fysiek meegaan naar een afspraak, de supermarkt of tijdens een wandeling. Deze begeleiding kost volgens het tweede onderzoek één tot twee uur en soms een dagdeel. In de onderzochte scenario’s kostte het uitgeven van Miles gemiddeld ongeveer 2,5 minuut en het innemen iets meer dan 1 minuut. De onderzoekers verwachten op basis hiervan dat Miles een positief effect kan hebben op de beschikbare tijd en werkdruk. Ook kan de mogelijkheid om contact te houden meer rust geven wanneer een cliënt zelfstandig buiten is. De onderzoeken legden daarmee een basis voor vervolgonderzoek in de praktijk, zodra de pilot met Miles kon starten.

De onderzoekers adviseren vooral goede training, duidelijke procedures en werkinstructies en voldoende draagvlak onder zorgprofessionals.

De twee onderzoeken gaven daarmee een eerste beeld van wat Miles voor het werk van zorgprofessionals kan betekenen. De volgende stap was onderzoek tijdens daadwerkelijk gebruik. Op 1 maart 2021 startte een praktijkonderzoek dat een jaar duurde.

Het praktijkonderzoek heeft inmiddels eerste antwoorden gegeven op vragen over werkinhoud, tijdsbesteding, werkdruk en werkbeleving van de zorgprofessionals. Binnenkort verschijnt hierover een afzonderlijk nieuwsbericht, met de resultaten van dit praktijkonderzoek en wat het gebruik van het Miles zorghorloge in de praktijk betekent voor het werk van zorgprofessionals.

Wil je meer weten, meedenken of meedoen aan Miles onderzoek? Neem dan contact op via het contactformulier.

De eerste opdracht is uitgevoerd door de volgende studenten: Tom Alma, Julia de Boer, Daan de Bruijne en Thomas Toussaint.

De tweede opdracht is uitgevoerd door de volgende studenten: Lars Boertien, Joep Faase, Marloes van Paassen en Xander Visser.