Een zorghorloge kan een rol spelen in de ondersteuning van ggz-cliënten met suïcidale gedachten, maar alleen als deze aansluit op de praktijk van de zorg. Uit verkennend onderzoek blijkt dat juist daar de grootste uitdaging ligt. Het zorgproces binnen gesloten ggz-afdelingen is namelijk niet uniform: werkwijzen, protocollen en behandelvisies verschillen per afdeling en per cliënt. Hierdoor blijkt dat een standaard technologische oplossing in de huidige vorm niet effectief is gebleken binnen deze context en is maatwerk nodig dat beter aansluit op de dagelijkse praktijk.
Het onderzoek richtte zich op ggz-cliënten met suïcidaliteit in een gesloten woonzorgafdeling. Juist daar staat veiligheid, vertrouwen, persoonlijk contact en het stap voor stap teruggeven van regie centraal. De behandeling wordt afgestemd op de persoon, met persoonlijke begeleiders, een multidisciplinair team, behandelplannen, verpleegplannen en afspraken over stapsgewijze opbouw van vrijheden. Juist deze variatie maakt implementatie van technologie complex.
Het onderzoek is in opdracht van Stichting Bestaanskracht uitgevoerd door een studententeam van de opleiding “Technische Bedrijfskunde” van De Haagse Hogeschool. De uitvoering hiervan is gebaseerd op interviews, deskresearch en observaties binnen de ggz-praktijk.
Het onderzoek leidt tot de volgende belangrijkste inzichten en ontwikkelrichtingen:
- Het zorgproces binnen gesloten ggz-afdelingen is niet uniform en verschilt per afdeling en cliënt;
- Een kansrijke functionele toevoeging in het Miles zorghorloge is een kleurensysteem voor cliënten;
- Sensoren voor lichaamsmetingen zijn een potentiële aanvulling, indien betekenisvol in combinatie met andere gegevens en afgestemd op het zorgproces;
- Integratie van het kleurensysteem in de Miles desktopapp voor zorgverleners is noodzakelijk voor praktische toepasbaarheid, inclusief digitalisering van bestaande werkwijzen en cliëntinvoer.
Enkele belangrijke punten worden hieronder beknopt uitgewerkt.
Zorgproces
Deze variatie in het zorgproces betekent dat protocollen, werkwijzen en behandelvisies verschillen per locatie en per cliënt. Hierdoor is er geen standaardproces waarop technologie eenvoudig kan aansluiten. Dit belemmert directe implementatie van generieke oplossingen binnen deze setting. Een oplossingsrichting is het ontwikkelen van flexibele, aanpasbare functionaliteiten die aansluiten op lokale werkwijzen en individuele behoeften, in plaats van één vast model.
Kleurensysteem voor cliënten
De kleurcode-functionaliteit is gebaseerd op drie bronnen. Ten eerste de bestaande ggz-praktijk, waarin zorgverleners met kleurcoderingen werken om de mate van suïcidaliteit en toezicht te bepalen. Ten tweede gedragsinzichten waaruit blijkt dat cliënten zich vaak terugtrekken, gevoelens maskeren en anderen niet willen belasten, terwijl ze wel behoefte hebben om gezien te worden. Ten derde het principe van frequente, lichte metingen van stemming.
Dit heeft geleid tot een voorgestelde functie voor het Miles zorghorloge waarbij cliënten meerdere keren per dag zelf een kleur kunnen kiezen die hun toestand weergeeft. Deze eenvoudige zelfrapportage verlaagt de drempel om signalen te delen en biedt zorgverleners aanvullende, directe informatie naast observatie en gesprekken.
De aanbeveling is om vervolgonderzoek te doen en daarna praktijktesten, samen met cliënten en zorgverleners. Op deze manier kan worden onderzocht of deze aanpak daadwerkelijk bijdraagt aan betere signalering en ondersteuning van ggz-cliënten met suïcidaliteit in een gesloten woonzorgafdeling. Niet als vervanging van persoonlijk contact, maar als hulpmiddel dat mogelijk kan bijdragen aan eerder signaleren, beter begrijpen en veiliger meer ruimte bieden.
Wil je meer weten, meedenken of meedoen met vervolgonderzoek? Neem dan contact op via het contactformulier.
Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het Programma “Miles op maat voor suïcidepreventie van ggz-cliënten”. De volgende personen (organisaties) zijn hierbij betrokken: Chani Nuij (Vrije Universiteit Amsterdam), Jaël van Bentum (Universiteit Utrecht), Lizanne Schweren (Stichting 113 ZP), Martin van der Weg (Stichting Bestaanskracht / Stichting Miles HealthTech), Mirjam van Driel (Stichting 113 ZP), Nienke Kool (Parnassia Groep / Verpleegkundig platform), Remco de Winter (GGZ Rivierduinen, Vrije Universiteit Amsterdam, Universiteit van Maastricht), Saskia Mérelle (Stichting 113 ZP) en Wouter van Ballegooijen (Vrije Universiteit Amsterdam).
Deze opdracht is uitgevoerd door de volgende studenten: Luke van Beelen, Kevin van den Berg, Sanne Dirven en Tobias Mokveld.