Suïcidaliteit bij ambulante ggz-cliënten is vaak niet zichtbaar. Signalen ontstaan in het dagelijks leven, buiten het directe zicht van behandelaren. Juist in die tussenliggende momenten is tijdige ondersteuning cruciaal. Vanuit die opgave is onderzocht hoe digitale technologie kan bijdragen aan vroeg-signalering, regie en passende ondersteuning bij suïciderisico.

Het doel van het onderzoek was om te verkennen hoe een gepersonaliseerde smartwatch-applicatie, eventueel in combinatie met een smartphone-app, kan bijdragen aan het vroegtijdig herkennen en verminderen van suïcidaal risico bij ambulante ggz-cliënten. Centraal stond de vraag hoe cliënten zelf meer grip kunnen krijgen op signalen, gevoelens en gedrag, en hoe zorgverleners en naasten daarbij effectief kunnen worden betrokken zonder de autonomie van de cliënt aan te tasten. Het onderzoek is onderdeel van het bredere programma Miles op maat voor suïcidepreventie van ggz-cliënten

De primaire doelgroep bestaat uit ambulante ggz-cliënten met suïcidale gedachten of gedrag. Dit betreft mensen die zelfstandig wonen of met beperkte ondersteuning functioneren, en die een groot deel van hun tijd buiten direct zorgcontact doorbrengen. Daarnaast richt het onderzoek zich op informele zorgverleners (zoals familie en naasten) en formele zorgprofessionals die meerdere cliënten begeleiden..

Het onderzoek is uitgevoerd door een groep UX Design-studenten van De Haagse Hogeschool in opdracht van Stichting Bestaanskracht. De studenten werkten vanuit één gedeelde opdracht, maar ontwikkelden ieder een eigen invalshoek, concept en prototype. Daarbij is gebruikgemaakt van literatuuronderzoek, interviews met zorgprofessionals en diverse suïcidepreventie-experts, enquêtes, feedbacksessies en iteratief ontwerpen. De resultaten vormen samen een breed en samenhangend beeld van mogelijkheden en aandachtspunten voor verdere ontwikkeling van Miles.

De gezamenlijke resultaten laten een aantal duidelijke lijnen zien. Allereerst blijkt personalisatie essentieel. Suïcidaal risico is sterk individueel en fluctueert vaak. De onderzochte concepten laten zien dat cliënten zelf kunnen vastleggen welke signalen voor hen relevant zijn, welke interventies helpend zijn en wie wanneer betrokken mag worden.

Daarnaast bevestigt het onderzoek het belang van laagdrempelige zelfmonitoring. Korte check-ins over stemming, gedrag en lichamelijke signalen, aangevuld met sensordata zoals hartslag en slaap, helpen cliënten patronen te herkennen. Deze inzichten kunnen het gesprek met zorgverleners ondersteunen, zonder dat cliënten voortdurend vragenlijsten hoeven in te vullen.

Een derde resultaat is het belang van verbinding vóór crisis. De ontwerpen maken het mogelijk om op verschillende manieren contact te zoeken van een cliënt met een zorgprofessional en/of naasten: van een eenvoudige “luistervraag” tot gedeelde activiteiten of korte berichten. Hierdoor wordt hulp vragen normaler en minder belastend

Tot slot tonen de prototypes aan dat een digitaal veiligheidsplan praktisch toepasbaar is. Door het plan altijd beschikbaar te maken op de smartwatch en stap voor stap te ondersteunen, neemt de kans toe dat cliënten het plan ook daadwerkelijk gebruiken op moeilijke momenten.

Op basis van het onderzoek wordt aanbevolen om Miles modulair en stapsgewijs door te ontwikkelen, met expliciete borging van privacy en regie bij de cliënt. Interfaces moeten eenvoudig en rustig zijn, geschikt voor dagelijks gebruik. Daarnaast vraagt succesvolle inzet om goede ondersteuning van naasten en duidelijke aansluiting op bestaande zorgprocessen, zodat de werkdruk voor professionals beheersbaar blijft.

Dit onderzoek vormt geen eindpunt, maar een volgende stap binnen het programma Miles op maat voor suïcidepreventie van ggz-cliënten. De prototypes bieden richting, maar vragen om verdere toetsing in de praktijk, samen met cliënten, zorgorganisaties en ketenpartners. De komende fase richt zich op doorontwikkeling, pilots en gezamenlijke leertrajecten.

Organisaties en partijen die willen bijdragen aan praktijktoetsing, co-creatie, onderzoek of implementatie worden uitgenodigd om mee te denken en mee te doen. Alleen door samenwerking kan een oplossing ontstaan die daadwerkelijk bijdraagt aan veiligheid, regie en kwaliteit van leven voor ggz-cliënten met suïciderisico.

Wilt je hierover meer weten, meedenken of meedoen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier!

De opdracht is uitgevoerd in het kader van het Programma “Miles op maat voor suïcidepreventie van ggz-cliënten”. De volgende personen (organisaties) zijn hierbij betrokken: Chani Nuij (Vrije Universiteit Amsterdam), Jaël van Bentum (Universiteit Utrecht), Lizanne Schweren (Stichting 113 ZP), Martin van der Weg (Stichting Bestaanskracht / Stichting Miles HealthTech), Mirjam van Driel (Stichting 113 ZP), Nienke Kool (Parnassia Groep / Verpleegkundig platform), Remco de Winter (GGZ Rivierduinen, Vrije Universiteit Amsterdam, Universiteit van Maastricht), Saskia Mérelle (Stichting 113 ZP) en Wouter van Ballegooijen (Vrije Universiteit Amsterdam).

Deze opdracht is uitgevoerd door de volgende studenten: Lena Błasiak, Christian Brand, Iulia Claudia Burlacu, Miliena Cherkashyna, Iwona Góra, Emilia Hammond-Ornass, Luisa Hastedt, Amaris Huppenbauer Rousse, Paweł Łopaciuk, Júlia Sallai, Juhui Seo, Nikoletta Somogyi, Ana Tudoran, Diāna Vanoviča en Anzhelina Yovcheva