Hoe kan een aangepast Miles zorghorloge helpen om suïcide bij ggz-cliënten te voorkomen? Met die vraag gingen studenten tijdens een sprintdag bij het IT bedrijf ilionx aan de slag. Een sprintdag is een korte, intensieve werksessie van één dag, waarin deelnemers in een gestructureerd proces samenwerken aan één concrete vraag en direct tot ideeën en eerste oplossingen komen. De dag werd begeleid door SOAPBOX en had een concreet doel: in korte tijd zoveel mogelijk bruikbare ideeën ophalen én de meest kansrijke richtingen verder uitwerken. De doelgroep was duidelijk afgebakend: mensen die in een ggz-instelling verblijven vanwege ernstige psychische klachten en een verhoogd risico op suïcide, vooral wanneer zij zelfstandig buiten de afdeling zijn.
De studenten kwamen uit verschillende studierichtingen, waaronder psychologie, technische informatica en biomedische technologie. Na een introductie op het Miles zorghorloge en de praktijkvraag dachten zij in meerdere rondes na over signalen die kunnen wijzen op verhoogd risico. Daarbij ging het niet om één simpele meting, maar om het combineren van gegevens. Denk aan hartslag, ademhaling, slaap, beweging, locatie, paniek, stemgebruik, taalpatronen en veranderingen in dagelijks gedrag.
Uit de sprintdag kwamen drie hoofdrichtingen naar voren. De eerste is detectie van suïcidale taal en emotie, bijvoorbeeld via spraakherkenning, sentimentanalyse en herkenning van risicovolle uitspraken. De tweede is lichamelijke en activiteitstracking: het volgen van lichamelijke signalen zoals hartslag, zuurstofniveau, hyperventilatie, stress en afwijkende bewegingspatronen. De derde richting bestaat uit korte emotionele meldingen: vragen, oefeningen of persoonlijke berichten die iemand direct kunnen helpen om contact te maken, rust te vinden of hulp te vragen.
Ook werd nagedacht over GPS-hotspots, gevaarlijke locaties, sociale terugtrekking, het afdoen van het zorghorloge en signalen vanuit naasten. Een belangrijk inzicht was dat technologie nooit los mag staan van de persoon. De oplossing moet persoonlijk instelbaar zijn, zorgvuldig omgaan met privacy en niet leiden tot extra controle of wantrouwen. De studenten benoemden daarom ook ethiek, gegevensbescherming, hardware, software, een interface voor professionals en het testen van drempelwaarden als noodzakelijke vervolgstappen.
De sprintdag leverde geen kant-en-klare oplossing op, maar wel een bruikbare basis voor vervolgonderzoek. De opbrengst laat zien dat Miles mogelijk verder ontwikkeld kan worden tot een hulpmiddel dat vroegtijdige signalen herkent, passende zelfhulp biedt en zorgverleners of naasten tijdig betrekt. Daarmee is de volgende stap helder: samen met cliënten, naasten, zorgprofessionals, onderzoekers en ontwikkelaars onderzoeken welke ideeën veilig, haalbaar en waardevol genoeg zijn om verder te brengen.
Onze hartelijke dank gaat uit naar alle betrokkenen: Nicolien Boekhoudt, Matei Bucur, Victoriia Konashchuk, Sofia Ruiz Vargas en Sanne van de Vorst voor hun creatieve ideeën; Jorik Uiterwijk (ilionx) en Anne van Gemert (ilionx) voor het initieren en hosten; Katrin Williamson (SOAPBOX) en Barbara Zandvliet (SOAPBOX) voor de begeleiding.
Wie mee wil doen kan helpen door mee te denken, het prototype te testen in het dagelijks leven of de verdere ontwikkeling te ondersteunen. Interesse? Neem contact op via het contactformulier.